Paul Muller en Riny Peters
Alles wat wij jullie te vertellen hebben
Laatste artikelen

 

Ik denk dat een voorwoord wel op zijn plaats is. Waarom zouden mensen geïnteresseerd zijn in een verhaal over een persoon zoals ik. Wie zou nu willen lezen wat een onbeduidend persoon zoal heeft meegemaakt?
Ik gok er maar op dat veel mensen een glimlach op hun gezicht zullen krijgen, en situaties zullen herkennen bij al die idiote dingen die men meemaakt wanneer men als loonslaaf door het leven gaat. 

 

 

 

 Toch maar naar DSM

 

Ik denk dat een voorwoord wel op zijn plaats is.
Waarom zouden mensen geïnteresseerd zijn in een verhaal over een persoon zoals ik. Wie zou nu willen lezen wat een onbeduidend persoon zoal heeft meegemaakt?
Ik gok er maar op dat veel mensen een glimlach op hun gezicht zullen krijgen en situaties zullen herkennen bij al die idiote dingen die men meemaakt wanneer men als loonslaaf door het leven gaat.

 

Hoofdstuk 1

 

Op de lagere school.

 

Voordat iemand begint met zijn eerste baan heeft de persoon al een hele carrière in het onderwijs achter de rug.
In mijn jeugd duurden die school carrières meestal niet zo lang als nu het geval is.

 

Tijdens mijn lagere schooltijd kende ik al genoeg mensen die al op hun veertiende jaar gingen werken.
In het dorp Stein, waar ik woonde gingen de meisjes dan bijvoorbeeld werken bij de Mac.
De Mac was niet McDonalds zoals de lezer wellicht denkt maar was Macintosh gelegen aan de Havenstraat in Stein, op ongeveer dezelfde plek, waar nu een aantal supermarkten ligt.  De plek kwam enige tijd geleden in het nieuws doordat er een gewelddadige overval gepleegd was. http://www.limburger.nl/article/20081205/REGIONIEUWS01/974703119/1001

 

De jongens uit de omgeving fietsten vroeger dan ook regelmatig langs het confectie-atelier in de hoop een glimp te kunnen opvangen van al die (voor hen) aantrekkelijke meisjes in hun (blauwe) schorten, die achter hun naaimachine zaten. Op de een of andere manier heerste bij de mannelijke jeugd het idee dat meisjes uit het confectie-atelier wat gewilliger waren dan de meer gestudeerde meisjes.
Een populair liedje in ons dorp bevatte dan ook de tekst: ,, Wij zijn de meisjes van het confectie atelier, wij willen naaien wij willen naaien’’.

 

Veel van de jongens die wat moeilijk leerden of door huiselijke omstandigheden niet aan leren toekwamen bleven tot veertien jaar op de lagere school rondhangen en gingen dan richting Staatsmijnen.
De Staatsmijnen hadden een speciale opleiding genaamd de OVS (Ondergrondse Vak School)
Hier werd men klaargestoomd voor werk in de ondergrondse kolenmijnen.
Een gedeelte van de opleiding, of wellicht ontspanning tijdens de opleiding, bestond uit het onderhoud van een tuintjescomplex. Hier zag ik regelmatig ex klasgenootjes aan het werk die behoorden tot de groep die op hun veertiende levensjaar aan het werk waren gegaan.

 

Ik kan mij wel herinneren dat men een arbeidsvergunning moest aanvragen bij de gemeente indien men wilde werken op zijn veertiende.

Vaak waren het markante mensen die op die leeftijd gingen werken.
Ik herinner mij nog dat op de Don Bosco school waar ik zat ( opgelet, met googelen want heel veel Katholieke scholen heetten in die tijd Don Bosco school) de hoofdmeester regelmatig heel vervelend deed tegen een jongen die ook zijn lagere schooltijd moest volmaken tot zijn veertiende.

 

De jongen met de achternaam Leclair werd regelmatig beschimpt door de hoofdmeester met uitdrukkingen zoals: Daar komt het licht weer. 
De hoofdmeester vond het waarschijnlijk spitsvondig van hem dat hij een relatie wist te leggen tussen het Franse woord Leclair en Nederlandse uitdrukking ,,het licht’’.
De jongeman in kwestie was hier niet zo blij mee en rende op een gegeven moment de klas uit naar huis toe, vanwaar uit hij terugkeerde naar school voorzien van een heuse windbuks kaliber 4.5 mm.
De gehele school kon, gewaarschuwd door de scholieren die aan de straatkant van het gebouw zaten, zien hoe hij langs de school liep met de windbuks onder zijn arm.
Echter voordat hij de voordeur van de school bereikt had, stond de hoofdmeester voor hem, gaf hem een dreun en nam de buks af.

 

Ook herinner ik mij nog de gebeurtenis met een leerling genaamd Harry die voor schooltijd de jonge onderwijzer Notten een klap gaf zodat deze gestrekt naar de grond ging.
Dus geachte lezer, denk maar niet dat geweld op school iets van de tegenwoordige tijd is.

De scholier Harry heeft helaas geen lang leven gehad daar hij al jaren geleden vermoord is. http://www.trouw.nl/krantenarchief/1992/11/10/2722665/Politie_van_Heerlen_lost_na_arrestatie_vier_moorden_op.html 

 

Ik denk dat het nuttig is om iets meer over mijzelf te vertellen zodat de lezer een beter beeld over mijn jeugd en later leven kan krijgen.
Ik kom uit een familie die afkomstig is uit Indonesië. Zoals zovele families met Nederlands bloed moesten ook wij Indonesië verlaten na de 2e wereldoorlog. Ik ben in 1952 geboren en ons gezin bestaande uit 4 kinderen, twee jongens en twee meisjes en vader en moeder kwam in 1955 in Nederland aan.
Hilarisch vind ik nog altijd het prachtige verhaal van mijn moeder dat zich afspeelde, nadat wij met de in die tijd beroemde boot de Grote Beer in de haven van Rotterdam aankwamen.
De eerste verassing kreeg ze toen ze blanke Nederlanders zag werken in de haven.
Dat blanke Nederlanders ook gewoon met hun handen werkten dat had men hun echt nooit verteld. In Indonesië was dat ongehoord: een blanke Hollander die met zijn handen moest werken. Nee, dat kon echte niet.
De tweede verassing was wellicht nog groter. Rijdende in de bus vanuit de haven kwam er maar geen einde aan al die pakhuizen die ze zag.
Na kilometers rijden drong het echter tot hen door dat dit helemaal geen pakhuizen meer waren, maar huizen , huizen waar blanke Hollanders in woonden.
Hollanders die boven elkaar, tegen elkaar, aan elkaar woonden en niet in een mooie vrijstaande woning.
Ok dat had men hun nooit verteld in Indonesië dat er ook veel Hollanders waren die onder zulke omstandigheden moesten wonen.

Maar ja, u begrijpt dat ik licht getint ben en dat dit regelmatig verward werd met zwart of bruin. Want in die tijd kreeg ik regelmatig te horen dat deze bruine of zwarte jongen terug moest gaan naar waar hij vandaan kwam. Dit zal een aantal mensen met een niet standaard blanke kleur wellicht ook nu nog bekend in de oren klinken.
Ik was echter een jongen van de straat en had al gauw veel Limburgse vriendjes en leerde razendsnel Limburgs. En ook het schaatsen leerde ik razendsnel.
Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat ik tijdens een rondje schaatsen op de gracht bij ´´de Paters`` iemand in het Limburgs hoorde zeggen :´´ Verrek, dae broene kent schaatsen``.  U begrijpt dus dat mijn integratie op straat razendsnel verliep.

 

Hoofdstuk 2

 

Op de middelbare school.

 

Of eigenlijk op de Mulo. De Mulo heeft een zeer grote rol gespeeld bij het verdere verloop van mijn werkzaam leven.
Vooral het feit dat Anja S.  een klasgenote  is geweest heeft mij mijn eerste baan opgeleverd ,die zoals bij veel mensen een vitale rol kan spelen in je verdere leven.
Anja die ik vele jaren later weer tegenkwam en zelfs collega van mij is bij DSM.
Anja bedankt, maar hier kom ik later nog op terug.

 

Ja, die middelbare school, die MULO uit Stein, waar iedereen die nergens anders geduld werd welkom was.  Geachte lezer, nu weet ik niet of ik ergens anders welkom was geweest want iemand , waarschijnlijk de hoofdmeester heeft ooit beslist dat ik naar de MULO moest dus daar zat ik op een gegeven moment. Midden tussen de meisjes, en daar voelde ik mij wel thuis.
Op school voelde ik mij niet echt thuis, maar het tussen de meisjes zitten verzachtte wel de pijn. 
Over een van de klasgenootjes heb ik nog wel een verhaal waarvoor de Story en de Privé wellicht een pak geld over hebben. Maar ik schrijf het lekker gewoon in mijn verhaal op.
Het gaat over een meisje dat nu een hele celebrity is. Juliette Vossen, in die tijd meestal Juliette van de Meus genoemd De Meus komt van Maessen, een ander gedeelte van haar familienaam.
In die tijd wekte het gedrag van Juliette bij veel mensen de indruk dat ze niet de slimste van de klas was. Inmiddels weten degenen die haar in de bladen volgen wel beter. Ze heeft een hele carrière achter de rug en is wereldberoemd, zeker in Nederland. Het eerste verhaal gaat over Juliettes eerste BH. Roddelbladen let op want, dit is echt een verhaal uit eerste hand wat een aantal jaren geleden ook door Juliette aan mij bevestigd is tijdens een ontmoeting bij een reünie.
In die tijd bezocht de schoolarts de scholen nog en dan werd er het een en ander bekeken aan jongens en meisjes.
Bij de meisjes werd blijkbaar ook advies gegeven met betrekking tot het dragen van een BH want toen Juliette uit de kamer kwam waar ze onderzocht was vertelde ze trots dat de schoolarts had gezegd dat ze toch maar eens een BH moest gaan dragen.
Geachte lezer waarom ik dit wel onthouden heb in plaats van de derde naamvallen in het Duits weet ik ook niet, maar het verhaal is helemaal waar.

Een ander verhaal : Op school hadden wij een leraar die privé typ les gaf.
Het (klein)geld dat hij daarmee verdiende liet hij door leerlingen bij een bevriende winkelier in het dorp wisselen voor papier geld. Dit liet hij doen door willekeurige leerlingen.
Op een goede dag gaf hij aan Juliette de opdracht om het kleingeld voor hem te gaan wisselen in het dorp bij de bevriende winkelier.
Het was echter bar slecht weer en zij trok hier niet zo aan.
Juliette ging naar huis, vertelde dit aan haar ouders en die waren ook van mening dat Juliette dit niet hoefde te doen.
Zij ging terug naar school en deelde de leraar mee dat zij van haar ouders niet door de regen hoefde te gaan om het geld te wisselen.
Dit ontaardde in een ruzie en dus is Juliette op onze school niet verder gekomen dan de derde klas. Maar dit heeft haar carrière zeker niet geschaad. Niet Juliette?

 

Opmerkelijk is trouwens dat er vele jaren later diverse klasgenoten in mijn directe omgeving bij DSM werkten. Maar hierop komen wij ook terug wanneer ik het ga hebben over mijn tijd bij DSM die zonder meer het grootste het leukste en het interessantste stuk van mij boek gaat worden.

 

Hoofdstuk 3

 

Mijn bijna eerste -, mijn eerste - , eerste en mijn echte eerste baan.

 

Verwarrend zegt u? Ik zal het even uitleggen.
Ik was in mijn jeugd al een handige jongen met bromfietsen.
En vooral in het sneller maken van bromfietsen. Nu weet ik dat bijna iedereen van mijn leeftijd vertelt dat hij in zijn jeugd goed was in het snel maken van zijn bromfiets, maar geloof mij maar : Ik was het echt. Trouwens nu geef ik ook nog wel eens wat tips aan jeugdigen.
Voor de technici onder ons, ik draaide mijn hand niet om voor het maken van wat gaten in zuigers en sleufjes in cilinders die dan een derde, vierde, vijfde of zelfs zesde spoelpoort vormden. Tevreden?

 

Mijn beste vriend kwam op een gegeven moment aan dat er bij DSM nog plek was op een opleiding voor Operator. Hij was ook aangenomen en dacht dat ook iets voor mij was.
Ik meldde mij dus bij DSM en mocht daar een test afleggen.
De test ging prima maar op de een of andere manier had ik toch wat moeite met de mensen gekleed in een overall die ik links en rechts zag rondlopen in het opleidingscentrum.
Eigenlijk wel vreemd, daar ikzelf altijd zwart van het sleutelen was, en dan ook regelmatig aangesproken werd door vriendinnetjes dat ik mijn handen en nagels schoon moest maken anders mocht ik niet in de buurt van hun lichaam komen.  En toch zag ik mijzelf niet rondlopen in een overall. Toch maar naar DSM
Dus na de positieve uitslag van DSM liet ik gewoon niets meer van mij horen.
Op een dag, ik was weer eens aan het sleutelen aan de een of andere bromfiets in ons klein schuurtje, stond er opeens een vreemde vent achter mij.
Zo zij hij :´´ Lukt het een beetje´´
Ik denk wie is dat in vredesnaam, politie?  Want in die tijd had ik voortdurend de zorg om politiecontroles met de brommer te ontwijken
Echter de man hielp mij al gauw uit mijn droom. Ik ben van DSM zei hij, en leg mij nu eens uit waarom jij niets meer van je heb laten horen.
Ja, en toen moest ik, ik die pikzwart van het sleutelen was, de onzinnige waarheid vertellen dat ik het niet zag zitten om opgeleid (met goede betaling) te gaan worden voor een baan waarin ik een overall moest aandoen: ·Dit klonk natuurlijk als pure onzin maar ik meende het echt op dat moment.
Waarschijnlijk heeft de goede man gedacht dat ik schizofreen was of zo.
Op dit verhaal kom ik vijf jaar later in mijn verhaal weer terug, want toen bleek dat men bij DSM een olifantengeheugen had.
Dat was dus mijn bijna eerste baan.

Nu dan het verhaal over mijn eerste baan.
Er was toentertijd een groothandel in bromfietsonderdelen in het dorp waar ik regelmatig kwam via de bromfietsenmaker waar ik vaak na schooltijd te vinden was, en waar tevens een vriend van mij werkte.  Toen ik net van school was dacht ik in al mijn onnozelheid dat het wellicht het begin van een glansrijke carrière zou kunnen zijn om daar te gaan werken. Ik had een advertentie gezien waarin hij om een persoon vroeg om wat boekhouding te doen en ik dacht : Boekhouden in een omgeving met allemaal brommerspullen, wat kan eens mens nog meer verlangen?

 

Ik ging naar Willem toe zoals de baas heette en ik kon gelijk beginnen.
Beginnen met boekhouden? Niet dus, die goede man was zijn magazijn aan het herinrichten en ik heb mij dus een week bezig gehouden met het zagen van houten planken en het monteren van stellingen. Daarna hoefde hij mij niet meer.
De waarschijnlijke oorzaak is dat ik te pas en te onpas gratis advies gaf aan klanten in zijn winkel. En degenen die Willem gekend hebben weten dat het iemand was met een heleboel lawaai en hij had altijd gelijk.
Wanneer je jong bent weet je nog niet dat het beter is om je baas gelijk te geven.
Nu weet ik dat wel.
Dat was dus eigenlijk mijn eerste baan, maar daar deze slechts een week duurde ben ik zo vrij om deze niet mee te tellen.

Dan nu iets over mijn echte eerste baan.
Op een dag zei mijn moeder, die in de gemeenteraad van Stein zat (over integratie gesproken), dat een heer S. die ook in de gemeenteraad zat een tijdelijke baan voor mij had.

 

Ik ben dus met deze mijnheer gaan praten en ik kon voor 3 maanden aan de slag. Uiteindelijk werden het vijf prachtige jaren.
De heer die mij aannam was de vader van Anja die ik al eerder in mijn verhaal noemde en die nu een collega van mij is bij DSM.
De oplettende lezer begrijpt nu dat ik uiteindelijk toch op de een of andere manier bij DSM terecht ben gekomen.
U moet helaas nog even geduld hebben, dan doe ik dat uit de doeken.

 

Ik kwam dus via een alleraardigst meisje die jaren bij mij in de schoolbanken had gezeten aan mijn eerste baan.
Jaren later vertelde de vader van Anja die helaas al weer jaren geleden overleden is, waarom hij mij eigenlijk had aangenomen.
Dit ging als volgt, op een goede dag sprak hij mij aan en vroeg of ik wist waarom hij mij eigenlijk had aangenomen.
Ik zei dat ik geen idee had, maar ik dacht dat het kwam doordat hij in dezelfde periodes als mijn moeder in de gemeenteraad van Stein had gezeten. Via het netwerk van mijn moeder dacht ik dus.

 

Maar nee hoor, hij vertelde dat dat kwam omdat zijn dochter Anja toen ze hoorde dat hij een jonge (toen nog tijdelijke) kracht nodig had op zijn kantoor, tegen hem had gezegd: ´´ Vader je moet Paul Müller aannemen (iedereen dacht in die tijd dat ik Paul Müller heette) , die is heel slim want die deed niets op school en wist alles´´
En dat was een echte openbaring voor mij, er was dus minstens een mens op school geweest die dacht dat ik slim was. Had ze dit aan het onderwijzend personeel gezegd dan had waarschijnlijk niemand van hen haar geloofd.
Het onderwijzend personeel was volgens mij in die tijd niet zo intelligent om te doorzien wie wel of niet slim was.

 

Maar ja, ik had dus mijn eerste echte baan bij de bouwonderneming van Hattum en Blankevoort dat in die tijd aan het transformeren was naar een Limburgse vestiging met de naam J.H Laeven BV.
De vestiging in Stein van Van Hattum en Blankevoort was zo´n beetje opgericht door mijn baas Herman die vanuit Rotterdam naar Limburg was gestuurd om de zaak administratief op poten te zetten.
Hij vond daar ook een meisje die zijn vrouw werd.

 

Zo kwam ik dus samen met de hele bezetting terecht bij Laeven in de Sint Franciscusweg in Heerlen. 
We kregen allen een plek in een geheel nieuw kantoor waarbij wel nog het een en ander afgewerkt moest worden.
Beste lezer, tot nu toe geldt nog altijd mijn besluit om in de gedeeltes van mijn verhaal die gaan over de tijd buiten "DSM" alleen mensen en gebeurtenissen te beschrijven die een relatie met mijn latere tijd bij DSM hebben.  Wellicht ga ik daar nog wel van afwijken want er zijn zoveel leuke, mooie en interessante zaken te vertellen die geschied zijn buiten mijn werkzame tijd bij DSM.  Maar vooralsnog zal ik mij beperken tot mensen, gebeurtenissen en andere zaken die raakvlakken met elkaar hebben tijdens de verschillende periodes van mijn werkzaam leve.

 

Een van die gebeurtenissen, en de daarbij betrokken persoon wil ik jullie niet onthouden.

 

Het gaat over dame A.  En de heer F.  Beide personen verdienen het zeker om een rol te spelen in dit verhaal.
Ik zal maar eens beginnen met A. Mijn collega F, een geweldige vent overigens, stoeide wel een met A tijdens werktijd.  Zo nu en dan lag ze wel eens giechelend of zelfs lachend languit op het bureau tijdens een verder onschuldige stoeipartij met F.
Onze kamer lag toen nog een beetje achteraf in het gebouw. Even verderop waren de toiletten.  Nu droeg Herman Stouten meestal schoenen met een harde zool die je goed hoorde tijdens het lopen. Bovendien liep hij nogal snel zodat je al van ver hoorde dat hij aan kwam lopen.
Op een goede dag, F en A waren weer eens aan het stoeien, ik dook dan gewoon met mijn hoofd in de boekhouding en zag dus niets, hoorde ik het geklak van de schoenen van Herman aan komen stormen. Oei, dacht ik, dat gaat niet goed. Echter die verdomde F had tijdens het stoeien ook gehoord dat Herman eraan kwam en was razendsnel achter zijn bureau gaan zitten, A languit op haar bureau liggend achtergelaten.
Op het moment dat Herman de kamer betrad zag hij dus twee hardwerkende mannen achter hun bureau en een vrouw die languit giechelend op het bureau lag.
Hij keek heel verbaasd, wist niet wat te zeggen en stormde de kamer weer uit.
Ik heb nooit geweten wat hij toen dacht.

 


A, de dame in kwestie dus, was getrouwd met een jonge heer die nog studeerde: ·Deze heer met de naam H. komt later terug tijdens mijn periode bij DSM, want ja, ook hem kwam ik later tegen als mijn groepsleider.
Ook de zoon van F kwam ik later nog als collega tegen.  Het feit dat wij collega werden heeft ook nogal wat (goede) impact gehad voor deze zoon, maar daar maak ik jullie later nog deelgenoot van.

 

Nu een heerlijk verhaal over mijn goede vriendin mevrouw Laeven.
Wanneer ik aan mijn tijd bij Laeven denk, dan denk ik automatisch aan mevrouw Laeven.  Een gezellige vrouw die wars was van dikdoenerij.
Wanneer er een klusje in het woonhuis was dan vroeg ze regelmatig of ik haar kon helpen.
Ik was per slot van rekening de jongste bediende. Dus ik sjouwde wel eens met spullen door haar woonhuis die verplaatst moesten worden, en deed nog meer van dit soort klussen.
Nu was er wel een probleem wanneer ik een dergelijke klus had gedaan.
Mevrouw Laeven wilde mij daar altijd een vergoeding voor geven,
Ik wilde dat absoluut niet, ik was gewoon onder mijn werktijd voor haar aan het klussen in plaats van de suffe boekhouding aan het doen.
Echter soms stond ze er op dat ik geld van haar moest aannemen Op een goede dag had zij mij weer wat geld in de hand gestopt en ik had dat gewoon terug verstopt onder haar telefoontoestel die in de hal op een tafeltje stond.
Echter ze had dat al snel gevonden en kwam schaterlachend en schuddebuikend, weet dat zij niet de slankste was, vanuit het woonhuis het kantoor ingelopen, nagestaard door tientallen collega's van mij, die geen idee hadden waarom de vrouw van de directeur hard lachend richting mijn bureau liep.
Toen bleek dat ze in plaats van het geld dat zij mij had willen geven, een mooi zilveren schaaltje gevuld met heerlijk ijs bij zich had, begrepen de collega's er helemaal niets meer van.
Ik heb dat ijs met smaak opgegeten met behulp van de fraaie echt zilveren lepel die zij ook had meegenomen.

 

Bij het schrijven van dit stukje over mijn pré DSM tijd bij het aannemersbedrijf J.H. Laeven B.V wordt ik mij er weer van bewust hoeveel mensen men direct dan wel indirect kent.
Een van de personen die wellicht onbedoeld de oorzaak was van mijn vertrek bij Laeven en de overgang naar DSM was genaamd Max P.

 

Deze Max was een telg van de familie P. die aandeelhouders bij J.H. Laeven B.V, waren.
Max werkte bij de Duitse vesting van Laeven. Toen besloten werd dat de Duitse vestiging gesloten werd besloten werd moest er voor Max een plek in Nederland gezocht worden. Tegelijkertijd kreeg ik te horen dat het bedrijf een ontslagvergunning voor mij had aangevraagd wegens wat wij nu boventalligheid zouden noemen
Ik was echter getipt over het verhaal rond Max en ging dus niet akkoord met het ontslag en kreeg vervolgens ook gelijk van het Arbeidsbureau, die toentertijd ontslagvergunningen moesten goedkeuren. Tussen haakjes, ik kreeg ook steun van mijn baas Herman die mij niet kwijt wilde.

 

Maar even terug naar Max P., Max heeft nu een wereldberoemde dochter genaamd Maartje P.

 

Toch maar naar DSM

Echter voor mij zelf vond ik ook dat het wellicht beter was om te verkassen naar een ander bedrijf. En dat werd DSM
Hoe kwam je in die tijd aan een baan bij DSM? Op mijn manier lukte het in ieder geval.

 

Dat ging eigenlijk vrij eenvoudig. Ik meldde mij gewoon ongevraagd bij de personeelsdienst, ja, dat heette gewoon de personeelsdienst en niet Human Resource of zoiets.
Ik vroeg gewoon of men een baantje voor mij had.
Echter toen ik mijn naam noemde dook men in wat kasten en lades en dat leverde zo te zien wat boeiende informatie voor hen op. Het olifantengeheugen zoals ik dit eerder in mijn verhaal noemde

 

En ja hoor, er kwam boven water dat ik 5 jaar eerder al eens was aangenomen door DSM maar toentertijd gewoon verstek had laten gaan.
Toen heb ik toch even goed mogen uitleggen waarom ik dacht dat ik nu wel trek had in een plek bij DSM.

Uiteindelijk kwam toch wel goed en ik werd uitgenodigd om mee te doen aan een test.
Uit deze test bleek dat ik nog steeds een zeer technisch mens was en het bleek daar had men nu juist behoefte aan had bij DSM.
Men ging juist starten met een opleiding voor Procesmonteur-W. Dus zeg maar een opleiding tot monteur, gespecialiseerd in de apparatuur die in de chemische fabrieken bij DSM gebruikt werd.
Het bleek een door het rijk gesubsidieerde 2 1/2 jaar durende dagopleiding te zijn. En nog redelijk betaald ook.
Dit was een voortgezette opleiding voor personen die al een technische opleiding achter de rug hadden en die aanvullende kennis zouden opdoen betreffende de specifieke apparatuur die in de chemische industrie gebruikt werd.
Ja, DSM was in die tijd nog een echt chemische bulkindustrie.


Ik was in deze eigenlijk een buitenbeentje daar ik geen enkele technische opleiding genoten had, echter uit de psychologische test was gebleken dat ik technisch genoeg was. Bovendien was ik op school aardig goed in wis- en natuurkunde en daardoor zag men het wel zitten met mij.
Wat ik wel nog moest regelen was een bewijs dat ik wegens economische omstandigheden door mijn werkgever ontslagen was, anders kwam ik niet in aanmerking voor de gesubsidieerde opleidingsplek.
Dus, snel naar mijn werkgever, de aannemer J.H Laeven BV, achter de typemachine gekropen, het ontslagbewijs getypt en de baas laten tekenen dat ik ontslagen werd wegens inkrimping enzovoort.
Zo, iedereen tevreden, J.H. Laeven BV blij dat men mij op een nette manier kwijt was, en ik blij dat ik een nieuwe baan had.
Beter kon niet, Zo'n 3 jaar betaald op school zitten.

 

Groep 6 (De opleiding voor Procesmonteur-W)

Groep 6 was de naam van de klas leerlingen die met elkaar moesten zorgen dat ze allemaal zouden slagen voor het diploma Bemetel procesmonteur.
Het beroep Procesmonteur-W was een nieuwe naam voor een monteur in de chemische procesindustrie. Voordat met deze opleiding gestart was, waren de monteurs personen met ee gevarieerde werktuigbouwkundige achtergrond. Meestal bankwerker genoemd.
40 jaar later, sleutelde ik ook wel aan processen, maar geen processen in de chemische industrie, maar processen in de ICT wereld. De opleiding was een betaalde fulltime opleiding die twee en een half jaar duurde met inbegrip van een stage in het bedrijf die een half jaar duurde. Ook in de "schoolvakanties" werden we naar de werkplaats gestuurd.de onderhoudsdienst

Er waren meer onderhoudswerkplaatsen, maar iedereen had een vaste werkplaats waarvoor hij eigenlijk was aangenomen.

Mijn toekomstige plek was de zogenaamde vlinderloods waar de onderhoudsdienst van de zogenaamde hogedruk fabrieken was gestationeerd.

Nu was het zo dat de deelnemers, leerlingen of hoe je ze ook wilt noemen, een zeer gemeleerd gezelschap was. In die tijd was de term diversity nog niet zo actueel als nu, dus de reden hiervoor is mij nog steeds niet helemaal duidelijk.
Maar blijkbaar waren wij wel allen geschikt om de opleiding te kunnen volgen en  daarna iets voor DSM te kunnen betekenen.

Ik zat zoals gezegd in groep zes en dat was wel een heel gezellige club om samen iets te leren.
Pierre T, was de jongste, net 18 of zo, en  Hans W, was volgens mij minstens 2 keer zo oud. Ik was ongeveer 22 denk ik, Ik zoek het nog wel uit en dan zien jullie het wel.

Onze "klasseleraar" was Jo V. , een geweldige vent die het erg druk had met het bouwen van een huis dat gemetseld werd met gebruikte veldbrand stenen.
Wij leerden dus al heel gauw hoe je een bijl moest slijpen en harden, Deze bijlen waren na een avond gebruik bij het kappen van de oude cementresten van de veldbrand baktenen helemaal bot.

Dus iedere dag opnieuw slijpen en harden zodat de leraar 's avonds weer aan de slag kon met het afkappen van de cementresten van zijn gebruikte veldbrand stenen.

Groep 6 was dus de naam van de groep die samen de opleiding tot procesmonteur Werktuigbouwkundig gingen volgen.

Het groepsproces werd al vanaf de eerste minuut die wij samen doorbrachten gestimuleerd door een psycholoog, Hoe deed deze man dat?

Wel wij werden de eerste les een lokaal binnen geloodsd waar een persoon achter een bureau zaat die helemaal niets zei of deed, hij keek alleen wat voor zich uit.
Kunt u het zich voorstellen : Je begint een opleiding en tijdens de eerste les zit er een leraar (?) die de groep gewoon zijn gang laat gaan en geen bijdrage levert?

Enkelen onder ons hadden al snek door wat de bedoeling van die man was en negeerden hem en gingen gezellig aan de klets. Anderen werden heel nerveus en durfden zic bijna niet te verroeren.

Het duurde enkele uren vordat het heerschap achter het bureau zich voorstelde en vertelde wij hij was en wat zijn bedoeling was. Ik geloof dat er niemand onder de indruk was van zijn aanpak.

Maar ik geloof dat de groep zich inderdaad wel zo'n beetje had leren kennen, dus wellicht was het toch een goede aanpak.

Een van de markante personen was Pierre. Pierre was de jongste, ik geloof 18 jaar of zo. Pierre werkte in de avonduren ook als ober in de uitgaansgelegenheid het Pavillon in Valkenburg. Daar kwamen in die tijd heel veel vakantievierende mensen, Dus ook veel jonge dames die in de vakantietijd wel een vriendje konden gebruiken. Dus na sluitingstijd van het Pavillon ging Pierre dus bijna altijd nog op stap met een jonge dame die wel wat aandacht van een leike Limburgse jongen kon gebruiken. Dat betekende dat Pierre regelmatig 's morgens rechtstreeks vanuit Valkenburg naar DSM ging.
Ook kwam het wel voor dat hij in het voortuintje van zijn ouderlijk huis zat/lag op het moment dat een collega hem thuis kwam ophalen. Dan had hij dus nog niet geslapen. Maar slapen dat kon wel op onze opleiding en later ook in de werkplaats.

Pierre had trouwens ook een tante die een café had waar ze ook beschikten over dames die je tegen een vergoeding wel wilden verwennen.
Pierre was daar ondanks zijn jonge leeftijd al jaren kind aan huis en wist hoe het er in het café aan toe ging.

Hij heeft later eens wat collega's naar het café  meegenomen die dachten dat hij maar wat aan het opscheppen was. Tot schrik van enigen onder hen had Perre niets overdreven en op aanwijzing van Pierre was een dame onmiddelijk bereid om bij een geschrokken collega met haar hand in zijn broek te onderzoeken of de man goed uitgerust was.
Dit tot hilariteit van de andere collega's.

 

 

 

 

 

 

 

 













































Reacties (3)

 

 

 

 

 

 

 

Hier ga ik u op de hoogte houden van mijn - (en van vele anderen) hobby : oude bromfietsen

 

Op dit moment bezit ik 3 exemplaren.

1. Een Mobylette type AV. Je kent ze  wel, een groene met voor en achtervering.

2. Een rode DKW RT39

3. Een Kreidler florett K53. Duits type van 1970 met 3 voetversnelling , geforceerde koeling (nog zonder kenteken.

(Nog)  niet Oldtimer zijn mijn Vespa Ciao Mix en Kymco Activ 59

 


Oldtimer brommer foto's
Foto's van Oldtimerritten en bijeenkomsten

Hier vind je beelden van allerlei bijeenkomsten van oldtimer brommers liefhebbers